Flash-fiction is de Engelse term voor een flitsverhaal of handpalmverhaal. Het zijn korte verhaaltjes, die meestal niet langer zijn dan één bladzijde. Deze korte verhaaltjes blijven in je brein wroeten. De bekendste flash-fiction is het verhaal van de Amerikaanse schrijver Ernest Hemingway. Tijdens een maaltijd met vrienden biedt hij een weddenschap van tien dollar aan en wedt dat hij een roman van zes woorden kan schrijven. Nadat hij de pot had opgebouwd schreef Hemingway: “Te koop: nieuwe babyschoentjes, nooit gedragen” op een stuk papier en verzamelde zijn winst. Dit korte verhaal of de flash-fiction is een manier waarmee je een ontroerend verhaal kunt vertellen. Het verhaal gaat verder in het brein van de lezer: “Is het baby’tje dood geboren?” of heeft de ouder een kinderwens gehad, die nooit vervuld is. Men kan er allerlei bespiegelingen op los laten.

In de muziek hebben we ook een aantal voorbeelden waar de titel van een liedje alleszeggend is. Als je kijkt naar de videoclip “Hurt” van Johnny Cash waarin hij terugkijkt op zijn leven en de balans opmaakt dan zie je de dood weerspiegelen in zijn ogen.

In het Nederlands repertoire zien we ook een aantal pareltjes die tot de verbeelding spreken. Allereerst “De Vlieger” van André Hazes dat gebaseerd is op een liedje uit 1928 van het duo Hofmann.

Veel indruk heeft bij mij het liedje: “de Steen” van Bram Vermeulen uit 1988 gemaakt, waarbij slechts een steen de stroom van het water in een rivier kan veranderen. In het liedje geeft Bram Vermeulen kort voor zijn overlijden aan, dat die steen een metafoor is van zijn leven waarbij hij hoopt dat hij nooit vergeten zal worden.

Het mooiste Nederlandse chanson is echter “Kees” van Frans Halsema. Bij de eerste regels: “Verdomme Kees, al weer een jaar vandaag. Dat jij begraven bent” mijmert de zanger over een oude vriend na diens vroege dood en vertelt hem wat het afgelopen jaar allemaal gebeurd is.