In de zomer heb ik een lezing gegeven voor een groep studenten. De collegezaal was goed bezet en op de eerste rij zaten een aantal welgevormde dames. Het was warm in de zaal en de kleding van de toehoorders was daarop aangepast, laten we zeggen luchtig en een beetje bloot. 

Tijdens de lezing ging mijn blik onwillekeurig naar de schrijvende dames op de eerste rij en ik werd een beetje duizelig van de decolletés. Enkele studentes keken me aan met een blik van “ben je me aan het uitkleden?”. Nadat ik weer de zaal in gekeken had gingen mijn ogen toch weer in de richting van de welgeschapen boezems.

Ik kreeg het ook erg warm en even later heb ik een time-out aangevraagd en de aanwezigen verteld dat ik een gevoel had alsof ik in Tirol was en last had van hoogtevrees en dat vlak voor me een zwarte piste opdook. Ik stotterde: “Het is alsof ik aan de rand van de Grand Canyon sta”

Hilariteit alom en de dames op de eerste rij verzekerden mij dat ze niet gevoel hadden dat ik een voyeur was.

Later heb ik mijn collega’s het voorval verteld, hilariteit alom. Laat er nou toevallig een vertrouwenspersoon in de groep zijn, die mij vertelde dat je in dergelijke situaties altijd naar de wand achter de laatste rij moet kijken om te vermijden dat men wordt beticht van oneerbiedig gegluur.  

Ik heb haar verteld dat mijn strategie toch duidelijker en eerlijker was en dat dat door de aanwezigen op prijs werd gesteld. We konden elkaar echter niet overtuigen.

Als er volgende week geen column is dan zul je mij zeer zeker zien in DWDD en Pauw. Ik zal daar neergesabeld worden en de pers zal me door het slijk halen en ik zal verder het leven ingaan als een “dirty old man”.