Afgelopen weekend waren mijn kleinkinderen op bezoek en we hebben een wandeling gemaakt door de tuin van Nazareth. Ik heb ze uitgelegd dat er in de tuin huizen gebouwd gaan worden en dat de nieuwe woonwijk de “zevende hemel” genoemd wordt.

Natuurlijk moest ik uitleggen wat een zevende hemel is, wat een klooster is en wie er vroeger woonden. Wie die mevrouw was in de grot en de ogen stonden op steeltjes toen ik ze het kerkhof liet zien.

We zijn op een bankje gaan zitten en ik werd overvallen door een reeks vragen. Opa is het echt waar dat..

– hier alleen maar vrouwen woonden??

– al die vrouwen lange kleden droegen en hoofdkappen op hadden??

– de directeur een man was en in dat grote huis woonde?

– ze niet met elkaar mochten praten?

– die vrouwen in cellen zaten?

– al die vrouwen gekke namen hadden?

En zo bleven de vragen maar komen en het viel me op dat in een relatief korte tijd zoveel is veranderd. Met verbazing heb ik ook geconstateerd dat we zo gemakkelijk een religieuze tijd achter ons gelaten hebben.  Natuurlijk de tijden zijn veranderd en de kerk speelt geen hoofdrol meer in onze maatschappij maar het is wel belangrijk dat er monumenten blijven die ons herinneren hoe het ooit was.

Gemert-Bakel heeft een rijke Roomse traditie en daarom hebben we ook nog prachtige gebouwen en tuinen waar we zuinig op moeten zijn.

Moet ik de volgende keer mijn kleinkinderen laten zien dat het park veranderd is in een woonwijk? Laten we hier een piketpaaltje slaan en hopen dat de politiek een verstandig besluit neemt om het culturele erfgoed in stand te houden.

Laten we hopen dat mijn kleinkinderen de volgende keer niet vragen waarom opa tranen in zijn ogen heeft en dat ik moet antwoorden: “Wie huilt er niet, die het handelen van de politiek ziet!”